Waar ben ik goed in? Zo ontdek je jouw sterke punten.

ugrow - blog - waar ben ik goed in

Waar ben ik goed in?
Het klinkt als een simpele vraag. Toch vinden veel mensen het lastig om daar een duidelijk antwoord op te geven.

Misschien kun je tijdens een sollicitatiegesprek moeilijk je sterke punten benoemen. Of je hebt het gevoel dat er meer in je zit, maar weet je niet precies wat. Misschien zie je bij anderen direct waar ze goed in zijn, terwijl je bij jezelf vooral kijkt naar wat beter kan.

Dat is niet zo vreemd. Je eigen kwaliteiten zijn soms juist moeilijk te herkennen omdat ze voor jou vanzelfsprekend voelen.

Toch is weten waar je goed in bent belangrijk. Het helpt je bij het maken van loopbaankeuzes, het zoeken naar een passende baan en je persoonlijke ontwikkeling.

Maar hoe ontdek je jouw sterke punten, talenten en competenties?

Waarom is het zo moeilijk om te zien waar je goed in bent?

Wat je goed kunt, voelt voor jezelf niet altijd bijzonder.

Stel dat je makkelijk overzicht houdt wanneer er veel tegelijk gebeurt. Voor jou is dat misschien gewoon de manier waarop je werkt. Een collega die moeite heeft met plannen en prioriteiten stellen, kan dit juist als een sterke kwaliteit van jou zien.

Hetzelfde geldt voor iemand die snel verbanden legt, makkelijk contact maakt met anderen of ingewikkelde informatie helder kan uitleggen.

Omdat je deze dingen regelmatig doet, sta je er nauwelijks bij stil.

Daarnaast zijn veel mensen gewend om vooral naar hun ontwikkelpunten te kijken. Op school, tijdens functioneringsgesprekken en op het werk ligt de nadruk regelmatig op wat beter kan.

Daardoor kun je een vertekend beeld krijgen van jezelf.

De vraag ‘waar ben ik goed in?’ begint daarom met anders kijken naar wat je dagelijks doet.

1. Kijk naar wat je makkelijk afgaat

Een talent hoeft niet spectaculair te zijn.

Je hoeft geen uitzonderlijk creatief genie of geboren leider te zijn om ergens goed in te zijn. Talenten zijn vaak zichtbaar in kleine, terugkerende situaties.

Denk eens na over werkzaamheden die jou relatief makkelijk afgaan.

Misschien kun je snel een planning maken wanneer een project chaotisch begint. Misschien zie je fouten die anderen missen. Of merk je tijdens een gesprek snel aan dat iemand zich niet op zijn gemak voelt.

Vraag jezelf af:

Juist bij de dingen die je als vanzelfsprekend beschouwt, kunnen belangrijke aanwijzingen liggen.

2. Vraag anderen waar zij jou goed in vinden

Jezelf beoordelen is lastig. Je kijkt namelijk altijd vanuit je eigen perspectief.

Andere mensen zien soms kwaliteiten die je zelf nauwelijks opmerkt.

Vraag daarom eens aan collega's, vrienden of mensen met wie je hebt samengewerkt:
Waar vind jij dat ik goed in ben?’

Vraag niet alleen om één woord. ‘Je bent creatief’ of ‘je bent sociaal’ zegt nog weinig.

Vraag om een concreet voorbeeld.

Wanneer was ik volgens jou creatief? Wat deed ik precies? In welke situatie zag je die kwaliteit?

Misschien zegt een collega dat je goed bent in samenwerken. Uit het voorbeeld blijkt vervolgens dat je vooral sterk bent in het samenbrengen van verschillende meningen en het voorkomen van conflicten.

Dat is veel specifiekere informatie.Kijk vooral naar patronen. Wanneer verschillende mensen onafhankelijk van elkaar dezelfde kwaliteiten noemen, is dat het onderzoeken waard.

ugrow - blog - waar ben ik goed in

3. Kijk naar momenten waarop iets écht goed ging

Denk terug aan situaties waar je tevreden over bent.

Dat hoeft niet per se een enorme carrièreprestatie te zijn. Misschien heb je een lastig gesprek goed aangepakt, een chaotisch project weer overzichtelijk gemaakt of iemand geholpen om een probleem vanuit een andere hoek te bekijken.

Kies drie tot vijf concrete situaties en analyseer wat je deed.

Stel jezelf per situatie de volgende vragen:

Probeer verder te kijken dan de activiteit zelf.

Heb je bijvoorbeeld een evenement georganiseerd? Dan is ‘evenementen organiseren’ niet automatisch jouw sterke punt.

Misschien zat jouw kracht in plannen. Of in mensen enthousiast krijgen. Misschien kon je juist goed improviseren toen er iets misging.

De onderliggende kwaliteit is interessanter dan de taak.

4. Begrijp het verschil tussen talenten en competenties

Talenten en competenties worden vaak als hetzelfde gezien. Toch is het nuttig om onderscheid te maken.

Een talent kun je zien als een natuurlijke aanleg of kwaliteit die je relatief moeiteloos inzet. Het voelt vaak vanzelfsprekend en kan je energie en voldoening geven.

Een competentie gaat over vaardigheden en gedrag die bijdragen aan hoe je functioneert. Denk aan analyseren, plannen, samenwerken, overtuigen of resultaatgericht werken.

Je kunt een competentie sterk hebben ontwikkeld zonder dat je er energie van krijgt.

Stel dat je jarenlang projecten hebt geleid. Je hebt geleerd om uitstekend te plannen, deadlines te bewaken en mensen aan te sturen.

Je bent er aantoonbaar goed in.

Maar misschien kost het je enorm veel energie.

Dan heb je wel sterke competenties ontwikkeld, maar betekent dat niet automatisch dat projectmanagement het beste bij jouw natuurlijke talenten en motivatie past.

Dit onderscheid is belangrijk wanneer je nadenkt over je werk of loopbaan. De Competentieanalyse van uGrow richt zich op je vaardigheden en ontwikkelpunten. De aanvullende Talentenanalyse gaat dieper in op natuurlijke talenten en de kwaliteiten die je moeiteloos inzet.

5. Let op waar je energie van krijgt

De vraag ‘waar ben ik goed in?’ heeft een belangrijk risico.

Je kunt namelijk alleen kijken naar prestaties.

Waar krijg ik complimenten over? Waar scoor ik goed op? Welke taken kan ik beter dan mijn collega's?

Maar goed zijn in iets betekent niet automatisch dat het bij je past.

Misschien ben je goed in klantgesprekken, maar ben je na een dag vol gesprekken volledig uitgeput. Of je bent sterk in administratie omdat je heel nauwkeurig werkt, terwijl je de werkzaamheden zelf verschrikkelijk saai vindt.

Kijk daarom ook naar je energie.

Bij welke werkzaamheden vergeet je soms de tijd? Welke problemen vind je interessant om op te lossen? Over welke onderwerpen wil je uit jezelf meer leren?

Je drijfveren spelen hierin een belangrijke rol. Ze zeggen iets over wat jou motiveert en waarom bepaalde activiteiten je meer energie geven dan andere.

De combinatie van wat je goed kunt en wat je motiveert geeft vaak een veel bruikbaarder beeld van je talenten.

6. Onderzoek je sterke én zwakke punten

Wanneer je wilt ontdekken waar je goed in bent, is het verleidelijk om alleen naar positieve eigenschappen te kijken.

Toch kunnen je zwakke punten ook informatie geven.

Misschien heb je moeite met langdurig volgens vaste procedures werken. Dat kan een probleem zijn in een functie waarin nauwkeurige procesbewaking centraal staat.

Maar het kan ook een aanwijzing zijn dat je beter functioneert in een omgeving met meer vrijheid, afwisseling en ruimte om zelf oplossingen te bedenken.

Dat betekent niet dat ieder zwak punt stiekem een sterke kwaliteit is.

Sommige vaardigheden zijn simpelweg minder ontwikkeld en kunnen verbetering nodig hebben.

Het gaat erom dat je onderzoekt waarom iets lastig voor je is.Kun je het nog niet? Heb je er weinig ervaring mee? Past de taak niet bij je natuurlijke manier van werken? Of kun je het prima, maar kost het je onevenredig veel energie?

Dat verschil bepaalt of je iets moet ontwikkelen, anders moet organiseren of misschien minder centraal moet zetten in je werk.

7. Kijk verder dan je functie en opleiding

Een veelgemaakte denkfout is dat mensen hun kwaliteiten koppelen aan hun huidige beroep.

‘Ik werk in de zorg, dus mijn kwaliteiten liggen in de zorg.’

Of:‘Ik heb marketing gestudeerd, dus daar zal ik wel goed in zijn.’

Maar een functie of opleiding vertelt niet automatisch waar jouw individuele sterke punten liggen.

Twee mensen met exact dezelfde functie kunnen compleet verschillende kwaliteiten hebben.

De ene marketeer is misschien sterk in data analyseren en patronen herkennen. Een andere marketeer kan complexe verhalen vertalen naar creatieve concepten. Weer iemand anders is vooral goed in samenwerken en projecten coördineren.Kijk daarom naar de kwaliteiten achter je werkervaring.

Wat deed jij binnen je functie beter of anders dan anderen?Die vraag kan je helpen om talenten en competenties te herkennen die ook buiten je huidige vakgebied waardevol zijn.

ugrow - blog - waar ben ik goed in

8. Maak je sterke punten concreet

Ik ben sociaal.’

‘Ik ben een harde werker.’

‘Ik ben perfectionistisch.’

Dit zijn antwoorden die vaak worden gegeven wanneer iemand zijn sterke punten moet benoemen. Het probleem is dat ze weinig zeggen.

Maak je kwaliteiten daarom concreet.

In plaats van:Ik ben goed in communiceren.

Kun je zeggen:
Ik kan complexe informatie op een begrijpelijke manier uitleggen aan mensen die weinig voorkennis hebben.

In plaats van:
Ik ben georganiseerd.

Kun je zeggen:
Ik kan snel structuur aanbrengen in projecten waarin veel taken en deadlines door elkaar lopen.

Hoe concreter je een kwaliteit omschrijft, hoe makkelijker je deze kunt herkennen en inzetten.

Dat helpt niet alleen bij je persoonlijke ontwikkeling, maar ook wanneer je jouw sterke punten tijdens een sollicitatiegesprek moet benoemen.

9. Gebruik sollicitatievragen om jezelf beter te leren kennen

Sollicitatievragen worden meestal gezien als iets waarop je het ‘juiste antwoord’ moet geven.

Maar je kunt ze ook gebruiken als zelfonderzoek.Probeer eens eerlijk antwoord te geven op vragen als:

Schrijf je antwoorden op zonder eerst te bedenken wat een werkgever graag wil horen.

Het doel is niet om jezelf zo aantrekkelijk mogelijk te presenteren.

Het doel is om patronen te ontdekken.

Pas daarna kun je nadenken over hoe je jouw kwaliteiten tijdens een sollicitatie helder en overtuigend verwoordt.

10. Vertrouw niet alleen op je eigen inschatting

Zelfreflectie is waardevol, maar heeft ook een beperking: je beoordeelt jezelf met dezelfde blik waarmee je jezelf altijd al hebt bekeken.

Daardoor kun je kwaliteiten onderschatten of juist overschatten.

Misschien denk je dat je uitstekend kunt samenwerken, terwijl anderen je vooral ervaren als iemand die graag zelfstandig beslissingen neemt. Of je ziet jezelf als gemiddeld analytisch, terwijl het leggen van complexe verbanden juist een opvallende kwaliteit van je is.

Een objectieve analyse kan helpen om je eigen beeld te toetsen.

De Competentieanalyse van uGrow brengt competenties en ontwikkelpunten in kaart. Bij het volledige rapport wordt dit aangevuld met de Talentenanalyse, waarmee natuurlijke talenten en kwaliteiten verder zichtbaar worden.

Waar ben ik goed in? Zoek naar patronen

e ontdekt jouw sterke punten meestal niet door één keer lang na te denken en plotseling het perfecte antwoord te vinden.

Kijk naar patronen.

Welke kwaliteiten zie je terug in verschillende banen, opleidingen en situaties? Welke taken gaan je relatief makkelijk af? Waar zien anderen jouw kracht? En welke werkzaamheden geven je energie?

De combinatie van deze informatie geeft een veel realistischer beeld van waar je goed in bent.

En misschien nog belangrijker: hoe je jouw kwaliteiten beter kunt inzetten.

Ontdek jouw talenten en competenties met uGrowTalent

Wil je objectiever ontdekken waar je goed in bent?

Met uGrowTalent | Talentenbundel krijg je inzicht in je drijfveren, competenties en talenten. De bundel combineert de Drijfverenanalyse, Competentieanalyse en Talentenanalyse. Zo kijk je niet alleen naar wat je kunt, maar ook naar je natuurlijke kwaliteiten en wat jou motiveert.

Dat helpt je om je sterke punten beter te begrijpen en bewuster in te zetten in je werk en persoonlijke ontwikkeling.

Ook tijdens een sollicitatiegesprek wordt vaak gevraagd naar je sterke punten. UWV adviseert om daarbij te kijken welke sterke punten belangrijk zijn voor de functie en je antwoord met een concreet voorbeeld te onderbouwen.

Ontdek waar je goed in bent en haal meer uit jouw talenten.

Scroll to Top