Welke baan past bij mij? Zo ontdek je wat écht bij je past
Welke baan past bij mij?
Het is een vraag waar veel mensen vroeg of laat tegenaan lopen. Misschien ga je bijna afstuderen en heb je geen idee welke richting je op wilt. Misschien werk je al een aantal jaar, maar merk je dat je huidige baan je steeds minder energie geeft. Of misschien weet je vooral heel goed wat je níét wilt, maar nog niet wat dan wel bij je past.
Het vinden van een passende baan begint niet bij het eindeloos bekijken van vacatures. Eerst moet je weten wat bij jou past. Waar ben je goed in? Wat motiveert je? Welke werkomgeving geeft je energie? En welk gedrag laat je van nature zien?
In dit artikel ontdek je hoe je stap voor stap meer inzicht krijgt in de baan en werkomgeving die bij jou passen.
1. Ontdek waar je van nature goed in bent
Iedereen heeft kwaliteiten die relatief natuurlijk aanvoelen. Misschien kun je goed analyseren, snel verbanden leggen of complexe informatie begrijpelijk uitleggen. Misschien ben je juist sterk in organiseren, samenwerken of het overtuigen van anderen.
Het probleem is dat je jouw eigen sterke punten niet altijd herkent.
Wat voor jou vanzelfsprekend voelt, kan juist een kwaliteit zijn waarin je beter bent dan anderen. Omdat je iets zonder veel moeite doet, zie je het misschien niet als een talent.
Stel jezelf daarom vragen als:
Kijk daarbij niet alleen naar je huidige baan. Ook tijdens je studie, vrijwilligerswerk, stages of persoonlijke projecten kun je kwaliteiten laten zien.
2. Kijk naar wat jou écht motiveert
Goed zijn in iets betekent niet automatisch dat je het ook leuk vindt.
Je kunt bijvoorbeeld uitstekend zijn in plannen en organiseren, maar compleet leeglopen van een functie waarin je de hele dag agenda’s en processen beheert.
Daarom zijn je drijfveren minstens zo belangrijk als je talenten.
Drijfveren zeggen iets over wat jou in beweging brengt en waar je energie van krijgt. De één wordt gemotiveerd door vrijheid en zelfstandigheid. Een ander zoekt juist zekerheid, duidelijke verwachtingen of samenwerking.
Denk eens na over de momenten waarop je veel motivatie voelde.
Wat maakte die situatie prettig?
Was het de vrijheid die je kreeg? De uitdaging? Het contact met andere mensen? Het gevoel dat je ergens beter in werd? Of juist het duidelijke resultaat van je werk?
Met een drijfverenanalyse kun je inzicht krijgen in de factoren die jouw motivatie en keuzes beïnvloeden. Dat helpt je om niet alleen te kijken naar wat je kúnt, maar ook naar werk dat je waarschijnlijk langer interessant en motiverend vindt.
3. Onderzoek welk gedrag je van nature laat zien
Je gedrag heeft veel invloed op hoe je werkt en samenwerkt.
Sommige mensen nemen snel beslissingen en houden van tempo. Anderen willen eerst informatie verzamelen en verschillende mogelijkheden afwegen.
De één krijgt energie van veel contact met collega’s, terwijl een ander beter functioneert wanneer er voldoende ruimte is om zelfstandig en geconcentreerd te werken.
Geen van deze gedragsstijlen is beter dan de andere.
Ze passen alleen bij verschillende situaties en werkomgevingen.
Wanneer je jouw natuurlijke gedrag beter begrijpt, kun je gerichter nadenken over vragen als:
Een gedragsanalyse kan helpen om jouw voorkeursgedrag zichtbaar te maken. Dat geeft niet alleen inzicht in jezelf, maar ook in het soort organisatie en team waarin je waarschijnlijk beter tot je recht komt.
4. Breng je competenties in kaart
Competenties zijn vaardigheden en gedragingen die bijdragen aan hoe je functioneert in je werk.
Denk bijvoorbeeld aan plannen, samenwerken, analyseren, overtuigen, initiatief nemen of resultaatgericht werken.
Veel mensen baseren hun volgende carrièrestap vooral op werkervaring.
“Ik heb vijf jaar in de zorg gewerkt, dus ik moet waarschijnlijk weer iets in de zorg doen.”
Maar dat is een beperkte manier van kijken.
De competenties die je hebt ontwikkeld, kunnen vaak ook in compleet andere functies of sectoren waardevol zijn.
Iemand die in de horeca heeft gewerkt, kan bijvoorbeeld sterk zijn in klantgerichtheid, omgaan met druk en snel schakelen. Die competenties zijn niet alleen relevant binnen de horeca.
Door jouw competenties in kaart te brengen, ontdek je welke kwaliteiten je kunt meenemen naar een volgende functie.
5. Bepaal welke werkomgeving bij je past
Soms ligt het probleem niet bij je vak of functie, maar bij de omgeving waarin je werkt.
Je kunt inhoudelijk interessant werk hebben en toch niet op je plek zitten.
Misschien werk je in een grote organisatie met veel procedures, terwijl je behoefte hebt aan snelheid en vrijheid. Of je werkt bij een kleine organisatie waar voortdurend dingen veranderen, terwijl jij juist behoefte hebt aan structuur en duidelijkheid
Denk daarom niet alleen na over wat je wilt doen, maar ook over waar en hoe je wilt werken
Vraag jezelf af:
Deze factoren kunnen uiteindelijk net zo bepalend zijn voor je werkplezier als de functie zelf.
6. Kijk kritisch naar je huidige baan
Werk je op dit moment? Dan bevat je huidige baan veel informatie over wat wel en niet bij je past.
Probeer niet alleen te denken: “Ik vind mijn baan niet leuk.”
Dat is te algemeen en helpt je nauwelijks bij het maken van een volgende keuze.
Onderzoek specifiek waar je ontevredenheid vandaan komt.
Welke werkzaamheden kosten je energie? Welke taken vind je juist interessant? Hoe ervaar je de samenwerking met collega's? Krijg je voldoende uitdaging? Heb je genoeg vrijheid? Kun je jezelf ontwikkelen?
Misschien ontdek je dat je het vak zelf nog steeds interessant vindt, maar dat de organisatie niet bij je past.
Of misschien is het precies andersom: je hebt fijne collega's en goede arbeidsvoorwaarden, maar de inhoud van je werk motiveert je niet meer.
Hoe specifieker je begrijpt wat er niet werkt, hoe kleiner de kans dat je bij een volgende baan opnieuw tegen hetzelfde probleem aanloopt.
7. Laat functietitels tijdelijk los
Een veelgemaakte fout bij het zoeken naar een passende baan is dat je te snel in functietitels denkt.
Je zoekt bijvoorbeeld op vacatures voor communicatieadviseur omdat je ooit communicatie hebt gestudeerd. Vervolgens bekijk je tientallen vergelijkbare functies en concludeer je dat er niets interessants tussen staat.
Probeer het eens om te draaien.Schrijf eerst op welke elementen je in je werk zoekt.
Bijvoorbeeld: Ik wil complexe informatie begrijpelijk maken, zelfstandig kunnen werken, zichtbaar resultaat zien en regelmatig nieuwe dingen leren.
Ga daarna pas onderzoeken welke functies daarbij passen. Je kunt vervolgens ook kijken naar kansrijke beroepen op de huidige arbeidsmarkt om te ontdekken in welke richtingen veel werk te vinden is.
Je zoekt dan niet langer naar een baan die past bij je cv. Je zoekt naar werk dat aansluit bij hoe jij functioneert en wat jou motiveert.
Welke baan past bij mij? Begin bij zelfinzicht
Er bestaat waarschijnlijk niet één perfecte baan die voor jou bedoeld is.
Er zijn vaak meerdere functies en werkomgevingen waarin je goed kunt functioneren. De kunst is om te begrijpen welke kenmerken van werk bij jou passen.
Daarvoor heb je inzicht nodig in je gedrag, drijfveren, competenties, talenten en capaciteiten.
Hoe beter je jezelf begrijpt, hoe gerichter je kunt zoeken. Je kunt vacatures kritischer beoordelen, betere vragen stellen tijdens sollicitatiegesprekken en bewuster kiezen voor een organisatie.
Ontdek wat bij jou past met uGrowKompas
Wil je niet alleen blijven nadenken over de vraag “welke baan past bij mij?”, maar meer inzicht krijgen in jezelf?
Met uGrowKompas | Totaalbundel krijg je inzicht in verschillende onderdelen die invloed hebben op jouw werk en loopbaan.
Je ontdekt meer over je gedrag, drijfveren, competenties, talenten, capaciteiten en baantevredenheid.
Zo krijg je een completer beeld van wie je bent, waar je goed in bent en wat belangrijk voor je is in je werk.
Ontdek jezelf en krijg meer richting in je loopbaan met uGrowKompas.